Te warm om helder na te denken: wat een hittegolf doet met de mensen achter GMP en GDP
Het gemene aan hitte is dat het nooit voelt zoals het werkt. Je voelt je wat moe, een beetje klaar met de dag. De extra fouten voel je niet. Maar ze zijn er wel.
Terwijl ik dit schrijf, zweet Nederland zich door wat misschien de eerste landelijke "superhittegolf" wordt. De Bilt had net de warmste 24e juni ooit gemeten, het KNMI denkt dat het vannacht de warmste nacht uit de meetreeks wordt, en op sommige wegen is het asfalt bijna 50°C. Code oranje. Terrassen vol.
Ondertussen worden in cleanrooms, magazijnen en kantoren door het hele land mensen slechter in hun werk. Hun lichaam en brein draaien simpelweg onder hun gebruikelijke niveau, en de meesten hebben niet direct door dat het gebeurt (of waarom)
In 2016 volgde een team van Harvard jongvolwassenen door een hittegolf heen en testte ze elke ochtend. Wie zonder airco woonde/werkte, was 13,4% trager op een eenvoudige aandachtstest en had 13,3% meer fout bij simpele sommen dan wie in een gekoeld gebouw zat.
Ander onderzoek legt het ideale punt voor denkwerk rond de 22°C. Kom je daar ver boven, dan rekt je reactietijd op, krimpt je werkgeheugen en maak je meer fouten, vooral bij de ingewikkelde dingen. Maar waarom? Er werken en wonen meer mensen in warme klimaten dan koude, we zouden wel wat gewend moeten zijn.
Wat de hitte met je doet
Je lichaam heeft tijdens een hittegolf maar 1 prioriteit, en dat is niet het batchrecord zo exact mogelijk invullen. Het wil rond de 37°C blijven. Dat is het.
Om warmte kwijt te raken stuurt het meer bloed naar de huid en begint het te zweten, waardoor er minder overblijft voor de rest, je hersenen zijn hiervan niet uitgezonderd. Je brein werkt dus gewoon door, alleen met een kleiner budget.
Het lichaam is ook nogal kieskeurig over zijn eigen temperatuur. De prefrontale cortex, het stuk dat je aandacht, je werkgeheugen, je oordeel en het inhouden van impulsen regelt, is een van de eerste die scherpte verliest zodra je kerntemperatuur oploopt.
Daarom zijn routine klusjes op een hete dag nog redelijk te doen, terwijl het werk dat echte concentratie vraagt in kwaliteit daalt. Met andere woorden: hoe zwaarder het denkwerk, hoe harder de hitte aankomt.
Uitdroging komt er bovenop. Je hoeft maar 1 a 2% van je lichaamsvocht te verliezen, en je concentratie en kortetermijngeheugen beginnen al te haperen en alles kost meer moeite dan zou moeten.
Dit wordt verder bemoeilijkt door een slechte nachtrust, die velen ongetwijfeld ook ervaren. Om in slaap te vallen moet je kerntemperatuur ongeveer een halve graad zakken, en dat doe je door warmte af te geven aan een koelere omgeving.
Blijft het in je slaapkamer rond de 24°C, dan lukt dat niet goed, je lichaam raakt zijn warmte immers niet kwijt, je slaapt minder diep en je wordt vaker wakker.
En juist in die diepe slaap doet je brein zijn "schoonmaak". Krijg je te weinig diepe slaap, dan gebeurt het "schoonmaken" van de hersenen minder grondig, en word je 's ochtends al waziger wakker. Een zo'n nacht voel je nog wel mee, maar na een paar achter elkaar loopt het tekort op.
Alles bij elkaar krijg je iemand die trager is, onhandiger, sneller geïrriteerd en eerder geneigd een shortcut te nemen, werkend met een hoofd en een lichaam die beiden niet op volle kracht draaien.
Het vervelendste is dat diegene het zelf (vaak) niet doorheeft. We zijn slecht in het inschatten van onze eigen prestaties als we het warm hebben.
Waar dit in ons werk opduikt
We bewaken temperatuur uiterst nauwkeurig zodra het om het product gaat. We trenden de mean kinetic temperature, valideren de koelers, zetten een alarm als het twee graden afwijkt. Maar zijn we net zo nauwkeurig als het om de operators en magazijnmedewerkers gaat? Of om het lab dat al weken net iets te warm is, omdat de airco daar hapert? Iets om deze week in gedachten te houden, met de ramen open en iedereen net even niet zichzelf.